Waarom deze constructie verleidelijk is
Elektrische trucks en laadinfra drukken zwaar op cash. Een sale-and-leaseback-opzet belooft ruimte: activa niet volledig op de balans houden, liquiditeit vrijmaken en toch operationeel door. Maar die ruimte is alleen waardevol als de juridische en fiscale logica niet uit elkaar loopt.
Wat je eerst wilt ontwarren
- Wie de truckinvestering of laadinfra-investering daadwerkelijk draagt.
- Wie de gebruiker is en of die partij ook de juiste fiscale positie heeft.
- Of je AanZET, EIA, MIA/Vamil of SPRILA nog vanuit dezelfde partij logisch bekijkt.
- Of de lease- of terughuurstructuur de operationele flexibiliteit versterkt of juist nieuwe afhankelijkheden creëert.
Waar het mis kan gaan
- Men kiest eerst de financieringsvorm en probeert daarna subsidie en fiscaliteit passend te praten.
- Truck en laadinfra worden in één structuur geperst terwijl de logische regelingsroute per investering verschilt.
- Economisch gebruik ligt bij een andere partij dan de partij die op papier de investering draagt.
- De constructie verbloemt dat de businesscase zonder financiële engineering nog te zwak is.
De betere volgorde
Bepaal eerst per investering welke partij hem operationeel en subsidie-technisch moet dragen. Daarna toets je of een sale-and-leaseback-structuur die logica ondersteunt. Niet andersom. Anders laat je de financieringsvorm het dossier regeren.
Wanneer je extra scherp moet zijn
Vooral als truck en laadinfra in verschillende bv’s zitten, of als je trucksubsidie en fiscale aftrek tegelijk probeert te overzien. Dan is een simpele liquiditeitsoplossing zelden nog simpel.